"Hoi! Ging het tentamen goed?"
Het kon niet echt anders dan dat de docent zich mij herinnerde. Tien minuten te laat kwam ik hijgend en zwetend het lokaal binnen, en ik mocht gelukkig het tentamen nog maken. Ik was bij het verkeerde gebouw (is het heel raar dat je denkt dat HO staat voor Horst? Nee toch?) en ik ben nog steeds niet zo goed in richtinggevoel en aanverwante zaken, dus ik heb ruim twintig minuten in wereldrecordtempo snelwandelen over de campus heen gesjeesd.
Ik ging zitten, wiste het zweet van mijn voorhoofd, nam plaats op aan het voorste tafeltje en begon te schrijven, te rekenen, door te halen en nogmaals te rekenen.
"Ja, ik had het hoogste cijfer!"
"Oh, hoe heet je dan, ik kan al jullie namen nooit onthouden."
"Marije, ik had een 8,4"
"Ooooh, ja, ik zag je enorm had doorschrijven, maar je weet nooit hoe dat uitpakt! Gefeliciteerd! Vond je het een moeilijk tentamen?"
"Nou… Het was niet makkelijk."
"Dat is geen antwoord op de vraag of het moeilijk was."
"Nee, het was veel en best pittig, maar niet te moeilijk. Maar ik ben misschien niet zo representatief, want ik haal tot nu toe overal hoge cijfers voor."
"Dat dacht ik al."
Waarom ie dat dacht, dat kon ik niet meer vragen. Ik ben naar elk college geweest, maar was nooit erg prominent aanwezig.
Soms vraag ik me af waar mensen dat dan aan zien. De docent met wie ik een mondeling had twee weken terug, was lyrisch over mijn paper en mijn verdediging daarvan. Hij drukte me (drie keer) op het hart dat ik toch echt moest overwegen om te gaan promoveren als ik weer afgestudeerd was.
Met de nieuwbakken studieadviseur babbelde ik een beetje informeel weg vandaag, en ik riep: "joh, ik doe maar 9 vakken komend semester, da’s niet echt veel, toch?" (het is 1,5 keer de normale voltijd studiebelasting, red.). "Voor jou is dat volgens mij prima te doen."
Nu de juiste mensen nog. Die mijn afstuderen ergens ooit gaan begeleiden. Die nog verder ooit mij misschien aan een promotieplek kunnen helpen.